Zo bouw je een goed theoretisch kader voor je scriptie
- Samir Kilani
- 29 dec 2025
- 5 minuten om te lezen
Een goed theoretisch kader is geen samenvatting van alle literatuur, maar een gerichte selectie van theorie die helpt om je onderzoeksvraag te beantwoorden. In dit artikel leer je:
hoe je je theoretisch kader logisch opbouwt
hoe theorie je deelvragen, methode en analyse stuurt
wat veelgemaakte fouten zijn en hoe je die herstelt
hoe een goed én fout theoretisch kader er in de praktijk uitziet
Ideaal als je vastloopt of feedback krijgt als “te beschrijvend” of “onvoldoende samenhang”.

Praktisch stappenplan met voorbeelden en veelgemaakte fouten

Wat is het doel van een theoretisch kader
Het theoretisch kader heeft één duidelijke functie:
Laten zien welke theorieën en concepten nodig zijn om jouw onderzoeksvraag te beantwoorden.
Het is dus niet bedoeld om:
te laten zien hoeveel je hebt gelezen
alle mogelijke theorieën te bespreken
losse samenvattingen achter elkaar te zetten
Een goed theoretisch kader laat zien:
welke keuzes je maakt
waarom je die keuzes maakt
hoe theorie richting geeft aan jouw onderzoek
Leg daarom tijdens het schrijven steeds je hoofdvraag en deelvragen ernaast. Als een paragraaf daar niets aan bijdraagt, hoort die waarschijnlijk niet in je theoretisch kader.
De logische opbouw van een theoretisch kader
Een sterk theoretisch kader volgt vrijwel altijd een trechterstructuur. Je werkt van breed naar specifiek.
1. Algemene theorieën en kernbegrippen
Je start met:
het vakgebied waarin je onderzoek valt
centrale begrippen die vaak terugkomen
gangbare definities uit de literatuur
Dit geeft context en laat zien dat je begrijpt waar je onderzoek over gaat.
2. Specifieke theorieën en modellen
Daarna zoom je in op:
theorieën die direct aansluiten op jouw onderwerp
modellen die verklaren hoe of waarom iets werkt
Dit vormt de kern van je theoretisch kader.
3. Relaties tussen concepten
Hier laat je zien dat je verder denkt dan beschrijven:
hoe hangen begrippen samen
wat zegt de literatuur over oorzaak en gevolg
welke verbanden zijn al onderzocht
Juist dit onderdeel maakt het verschil tussen voldoende en goed.
4. Conceptueel model of verwachtingen
Je sluit af met:
een samenvatting van de gekozen theorie
eventueel een conceptueel model
een duidelijke overgang naar hypotheses of verwachtingen
Zo bereid je de lezer voor op je methodehoofdstuk.
Werk met vaste paragrafen per kernbegrip
Structuur zorgt voor rust en duidelijkheid. Hanteer per kernbegrip dezelfde opbouw:
definitie
relevantie voor jouw onderzoek
toepassing in eerdere studies
eventuele kritiek of discussie
Je hoeft niet elk onderdeel even uitgebreid te maken, maar deze structuur voorkomt dat je afdwaalt.
De grootste valkuil. Te beschrijvend schrijven
Veel studenten krijgen de feedback: “Het theoretisch kader is te beschrijvend.”
Check jezelf met deze vragen:
Leg ik uit waarom ik deze theorie gebruik?
Verbind ik bronnen met elkaar?
Maak ik duidelijk hoe dit terugkomt in mijn onderzoek?
Gebruik daarom expliciete verbindingszinnen zoals:
“Deze theorie is relevant voor dit onderzoek omdat…”
“In relatie tot de hoofdvraag betekent dit dat…”
“Dit concept vormt de basis voor de gekozen methode…”
Zonder deze uitleg blijft je tekst een samenvatting.
Zo helpt je theoretisch kader bij het beantwoorden van onderzoeksvragen
Een theoretisch kader staat niet los van je onderzoeksvragen. Het stuurt ze.
Veel studenten maken de fout om eerst vragen te bedenken en daar later theorie bij te zoeken. Dat leidt vaak tot vage vragen en onbruikbare data.
De juiste volgorde is: theorie → keuzes → deelvragen → methode → analyse
Theorie als filter
Literatuur helpt je bepalen:
wat relevant is
wat je wel onderzoekt
en vooral wat je níet onderzoekt
Zo voorkom je dat je alles tegelijk probeert te meten.
Van theorie naar deelvragen
Theorie vormt de basis voor je deelvragen.
Als de literatuur laat zien dat klanttevredenheid samenhangt met communicatie en verwachtingen, dan móéten je deelvragen daarop aansluiten.
Theorie als basis voor methode en analyse
Begeleiders lezen het theoretisch kader met het methodehoofdstuk in gedachten. Ze willen zien:
waar interviewvragen vandaan komen
waarom variabelen zijn gekozen
hoe analysecategorieën zijn onderbouwd
Ontbreekt die koppeling, dan voelt het theoretisch kader als een los hoofdstuk.
Voorbeeld. Zo ziet een goed theoretisch kader er in de praktijk uit
Situatie
Een student Bedrijfskunde doet onderzoek bij een dienstverlenende organisatie met terugkerende klantklachten.
Hoofdvraag
Welke factoren beïnvloeden de klanttevredenheid bij organisatie X?
Stap 1. Literatuuronderzoek
Uit literatuur blijkt dat klanttevredenheid vaak samenhangt met:
communicatie
verwachtingsmanagement
servicekwaliteit
Deze begrippen keren consistent terug en worden gekozen als kernbegrippen.
Stap 2. Uitwerking kernbegrippen
Klanttevredenheid
Klanttevredenheid wordt gezien als de mate waarin de ervaren dienstverlening aansluit bij de verwachtingen van de klant. Dit begrip is relevant omdat het direct aansluit op de probleemstelling van organisatie X.
Communicatie
Communicatie betreft de manier waarop informatie wordt gedeeld voor en tijdens de dienstverlening. Eerdere studies tonen aan dat onduidelijke communicatie leidt tot lagere tevredenheid.
Verwachtingsmanagement
Verwachtingsmanagement gaat over het scheppen van realistische verwachtingen. Een mismatch tussen verwachting en ervaring is een belangrijke oorzaak van ontevredenheid.
Per begrip beschrijft de student:
wat het betekent
waarom het relevant is
hoe het in eerder onderzoek is gebruikt
Stap 3. Deelvragen op basis van theorie
Hoe ervaren klanten de communicatie van organisatie X?
In hoeverre sluiten verwachtingen aan bij de geleverde dienstverlening?
Hoe beoordelen klanten de servicekwaliteit?
Deze vragen zijn direct afgeleid van theorie en onderling samenhangend.
Stap 4. Koppeling met methode en analyse
De kernbegrippen worden:
interviewthema’s bij kwalitatief onderzoek
variabelen bij kwantitatief onderzoek
De theorie fungeert als blauwdruk voor het onderzoek.
Tegenvoorbeeld. Zo gaat het vaak mis
Situatie
Dezelfde hoofdvraag, maar een andere aanpak.
Wat er gebeurt
De student beschrijft achter elkaar:
klanttevredenheid
klantloyaliteit
NPS
customer experience
imago
vertrouwen
Elke paragraaf bevat een definitie en een bron.
Waarom dit fout gaat
er worden geen keuzes gemaakt
begrippen worden niet verbonden
het is onduidelijk waarom deze theorieën zijn gekozen
De deelvragen zijn vaag:
Wat vinden klanten van organisatie X?
Hoe ervaren klanten de dienstverlening?
De theorie stuurt het onderzoek niet.
Gevolg
interviewvragen worden intuïtief opgesteld
analysecategorieën ontstaan achteraf
begeleider zegt: “Het theoretisch kader staat los van de rest.”
Zo herstel je dit
leg per paragraaf de hoofdvraag ernaast
kies maximaal drie of vier kernbegrippen
maak expliciet hoe theorie terugkomt in deelvragen en methode
Vaak hoeft niet alles opnieuw. Gericht herschrijven is genoeg.
Zo weet je of jouw theoretisch kader werkt
Stel jezelf deze vragen:
Kan ik per deelvraag aangeven welke theorie erbij hoort?
Komt elk kernbegrip terug in methode of analyse?
Kan een lezer voorspellen hoe mijn onderzoek eruitziet?
Is het antwoord ergens nee, dan ontbreekt samenhang.

Hulp nodig bij aanscherpen of herschrijven?
Loop je vast op structuur, samenhang of feedback als “te beschrijvend”? Dat is normaal. Dit hoofdstuk is voor veel studenten het lastigst.
Wij helpen je om:
theorie te koppelen aan onderzoeksvragen
paragrafen scherper te maken
feedback om te zetten in concrete verbeteringen
Stuur gerust een paragraaf of je inhoudsopgave. Dan kijken we gericht met je mee.
